De nieuwe schoolstrijd (De Tijd 31/8/2019)

Door Koen Daniëls op 31 augustus 2019, over deze onderwerpen: Onderwijs

De nieuwe schoolstrijd (De Tijd, Za. 31 Aug. 2019, Pagina 13)

DE NIEUWE SCHOOLSTRIJD / Een onderwijsreeks in vier afleveringen. Vandaag: de rol van de N-VA. Terwijl maandag bijna 1,2 miljoen Vlaamse kinderen aan een nieuw schooljaar beginnen, staat Vlaanderen aan de vooravond van een nieuwe schoolstrijd. Dit keer staan progressieve en conservatieve krachten tegenover elkaar, met de N-VA als grootste uitdager. 'Het onderwijs verdient beter dan dit.'

Er is geen instelling waarin we meer vertrouwen hebben dan het onderwijs. Zeven op de tien Vlamingen geloven in de school waar hun kinderen les volgen, leren statistieken van de Vlaamse overheid. Toch schort er wat in het onderwijs. Het M-decreet, waarbij meer leerlingen met een beperking les volgen in gewone klassen, verhoogt de druk op de leerkrachten. Daarnaast krijgen ze steeds meer leerlingen in de klas die thuis geen Nederlands spreken. Directeurs moeten tot de dag voor het begin van het schooljaar op zoek naar leraars. En ondertussen daalt de kwaliteit van het onderwijs, gemiddeld én aan de top.

Als er niets verandert, zou het vertrouwen van de Vlaming in het onderwijs weleens een flinke deuk kunnen krijgen. Dat vergroot de druk op politici om het heft in handen te nemen. Jarenlang hadden de onderwijskoepels een sterk argument om in grote vrijheid met overheidsgeld onderwijs te organiseren. 'Vrijheid leidt tot kwaliteit', klonk het. En dat bleek ook uit allerlei lijstjes. Maar nu dat argument aan kracht inboet, komt die vrijheid onder druk. Als de Vlaamse overheid jaarlijks bijna 14 miljard euro aan onderwijs uitgeeft, mag ze ook controleren of dat budget goed wordt besteed.

Tijdens de verkiezingscampagne was de dalende kwaliteit van het onderwijs al een aanleiding om op te roepen tot gestandaardiseerde toetsen of zelfs een centraal examen voor heel Vlaanderen. In zijn startnota voor de Vlaamse regeringsonderhandelingen spreekt de Vlaamse informateur Bart De Wever (N-VA) over 'regelmatige, gevalideerde netoverschrijdende proeven.' Dat zijn toetsen die alle leerlingen afleggen, of ze nu les volgen in een katholieke school, een gemeenteschool of een GO!-school.

Volgens de onderwijskoepels gaat de overheid met zo'n vorm van centraal examen haar boekje te buiten. De vrijheid van onderwijs indachtig moet de overheid de scholen vertrouwen dat ze de lat zelf hoog genoeg leggen. Het is aan de leerkracht en de klassenraad om leerlingen te evalueren. De overheid heeft daar geen rol in te spelen.

Zonder zuil

De schoolstrijd die de voorbije jaren is beginnen te sluimeren, verschilt van de schoolstrijd die ons land eerder heeft gekend. Het gaat niet langer (alleen) om een strijd tussen vrijzinnigen en katholieken, waarbij de eersten steun krijgen van socialisten en liberalen en hun vakbonden, en de tweeden van de christendemocraten en de rest van de katholieke zuil. De onderwijskoepels mogen dan nog altijd concurrenten zijn als het over het aantrekken van leerlingen gaat, in het politieke onderwijsdebat zitten ze vaak in hetzelfde - progressieve - kamp.

De nieuwe schoolstrijd is vooral een strijd tussen conservatieve en progressieve krachten. De grootste uitdager is een partij zonder zuil: de N-VA. De Vlaams- nationalisten zijn de voorvechters geworden van de Vlaamse traditie van de katholieke colleges, die onder het jezuïetenmotto 'plus est en vous' de lat zo hoog mogelijk leggen.

Dat was duidelijk te merken in de discussie over de hervorming van het middelbaar onderwijs, die maandag ingaat. De veranderingen zijn relatief beperkt. Van de oorspronkelijke plannen om de schotten tussen het algemeen, het technisch en het beroepsonderwijs af te schaffen, is niets overgebleven. Dat komt vooral door de N-VA. De partij voer voluit een behoudsgezinde koers. CD&V zat grotendeels op dezelfde lijn.

Voor de N-VA, de grootste partij van Vlaanderen, was onderwijs dé inzet van de afgelopen verkiezingscampagne en deze Vlaamse regeerperiode. Voorzitter Bart De Wever claimde openlijk de onderwijsportefeuille voor zijn partij.

De eerste reden voor die interesse is duidelijk: in onderwijs komen veel doelstellingen van de N-VA samen. Het behoud van de sociaal-economische welvaartsstaat staat voor de partij centraal. En daarin speelt het onderwijs een rol. 'Als ons onderwijs achteruitgaat, is de toekomst van Vlaanderen in gevaar', zegt Vlaams Parlementslid Koen Daniëls. 'We zullen met onderwijs het verschil maken, of het niet maken. Daarom willen we die nivellering tegengaan. Het zal dan wel plezant zijn in de school, maar het zal niet meer plezant zijn in Vlaanderen. Daarom trekken wij de onderwijskaart.'

Een tweede reden: het onderwijs is belangrijk voor de kennis van het Nederlands als basis voor de integratie. Moeilijke discussies over identiteit ontstaan vaak in het onderwijs. Halalmaaltijden, gemengd zwemmen, de hoofddoek, het zijn allemaal kwesties die voor de N-VA raken aan de kern van de vraag welke samenleving Vlaanderen wil zijn. Welke waarden vinden we belangrijk? Waarover moeten we in discussie gaan? De kwesties die in het onderwijs opduiken, zijn vaak toepasbaar op de hele samenleving. Zo sluit de onderwijsdiscussie naadloos aan bij het rechten- en plichtendiscours tegenover nieuwe Belgen dat de N-VA op federaal niveau gebruikt rond veiligheid, migratie en identiteit.

Een derde reden waarom de partij zich op onderwijs richt, is haar historische strijd tegen het middenveld. De onderwijskoepels zijn een deel van de eeuwenlange verzuiling waarmee ook de Volksunie - waaruit de N-VA is gegroeid - de degens kruiste. Zoals de partij op federaal niveau de macht van de vakbonden en de ziekenfondsen wil inperken, wil ze op Vlaams niveau snoeien in de macht van het middenveld in onderwijs en welzijn. Ze vindt dat te veel geld, onderwijspersoneel en macht in de tussenstructuren zit, waardoor er te weinig overblijft waarvoor het echt is bedoeld.

Het klopt dat België internationaal gezien veel geld besteedt aan een leerling. Terwijl ons land aan het einde van het middelbaar onderwijs bijna 12.000 euro per leerling heeft uitgegeven, bedraagt het OESO-gemiddelde 9.000 euro. Op dit moment gaat 5,3 procent van het bruto binnenlands product (bbp) naar onderwijs. Dat is heel wat meer dan het OESO-gemiddelde van 4,5 procent. Daardoor zijn er relatief gezien veel leerkrachten in verhouding tot het aantal leerlingen. In het middelbaar is er gemiddeld één leerkracht per negen leerlingen. Maar dat geld vertaalt zich niet altijd tot op de klasvloer. Zeker gezien het nakende lerarentekort moet daar volgens de regeringspartijen N-VA en Open VLD iets aan veranderen.

Eigen traject

De N-VA voert de schoolstrijd publiekelijk. Telkens als de katholieke onderwijskoepel - goed voor twee derde van de Vlaamse leerlingen - een standpunt innam, was de N-VA het openlijk oneens. Ze schermde met mails van katholieke scholen en leerkrachten waarin kritiek werd geuit op de beslissingen van de Guimardstraat, waar Katholiek Onderwijs Vlaanderen gehuisvest is. Zo schildert de partij topman Lieven Boeve af als een wereldvreemde generaal die niet achteromkijkt om te checken of zijn troepen volgen. Ze wil het geld dat rechtstreeks en onrechtstreeks naar de onderwijskoepels vloeit kritisch onder de loep nemen.

Daardoor komt de vrijheid van onderwijs steeds meer onder druk, klinkt het bij bisschop Johan Bonny, die voorzitter is van de raad van bestuur van het katholiek onderwijs. 'Als katholieke koepel vinden wij de vrijheid van onderwijs cruciaal. Denk aan de discussies over de eindtermen, de pedagogische begeleiding, het inschrijvingsdecreet, de grootte van een school. Dat zijn essentiële domeinen. Als de overheid die allemaal invult, wordt de manoeuvreerruimte van een school voor een eigen aanpak wel erg beperkt.'

Nu de N-VA op de onderwijsportefeuille aast, houdt het onderwijsveld dan ook zijn hart vast. Bonny: 'Het katholiek onderwijs kan met ministers van alle partijpolitieke strekkingen leven, maar het moet wel zijn eigen traject kunnen ontwikkelen om de kwaliteit hoog te houden.'

In het katholiek onderwijs is veel interne discussie over hoe de Guimardstraat met haar nieuwe aanvaller moet omgaan. Boeve ging de strijd de afgelopen jaren niet uit de weg. Integendeel, het leek soms alsof hij elke uitnodiging om de N-VA te provoceren dankbaar aanvaardde.

'In zekere zin lijken De Wever en Boeve op elkaar', zegt Vlaams minister van Onderwijs Hilde Crevits (CD&V). 'Ze willen uitdagen. Er wordt gezegd dat Boeve op controverse leeft, en dat is bij De Wever niet anders. De Wever heeft een tegenpool nodig: de goede en de slechte. Boeve houdt daar wel van. Ik ben een ander type politica.' Crevits vreest een open oorlog als de N-VA de onderwijsportefeuille krijgt. 'Zo'n open persoonlijkheidsoorlog zou nefast zijn voor het onderwijs. Het verdient beter dan dat.'

Zo staan we aan de vooravond van een nieuwe schoolstrijd, die veel breder gaat dan de strijd tussen de N-VA en het katholiek onderwijs. De inzet is de vorming van onze kinderen. Dat maakt van de schoolstrijd het grootste politieke gevecht om onze toekomst.

* Dinsdag: De crisis in het katholiek onderwijs

HET ONDERWIJS IN VLAANDEREN

Scholen maken deel uit van een koepelorganisatie die hen vertegenwoordigt, net zoals de vakbonden werknemers en werkgeversorganisaties bedrijven representeren.

Het officieel onderwijs telt drie organisaties. GO! vertegenwoordigt de scholen van het gemeenschapsonderwijs (206.651 leerlingen). Voor de scholen van het gesubsidieerd officieel onderwijs (200.537 leerlingen) zijn er Onderwijsvereniging van Steden en Gemeenten (OVSG) en Provinciaal Onderwijs Vlaanderen.

Het vrij onderwijs, goed voor 773.032 leerlingen, telt meer koepels. De grootste groep van scholen, de katholieke, wordt vertegenwoordigd door Katholiek Onderwijs Vlaanderen. Daarnaast zijn er kleinere organisaties - voor protestantse scholen, Joodse scholen, Steinerscholen, enzovoort - die zich hebben verenigd in het Overleg Kleine Onderwijsverstrekkers (OKO).

Vlaanderen telt ongeveer 160.000 leerkrachten. Het onderwijsbudget bedraagt 14 miljard euro, goed voor 30 procent van de vlaamse begroting. aan het einde van het middelbaar onderwijs heeft belgië 12.000 euro per leerling uitgegeven. ter vergelijking: het oeso-gemiddelde is 9.000 euro.

BARBARA MOENS ■


 

Hoe waardevol vond je dit artikel?

Geef hier je persoonlijke score in
De gemiddelde score is