Clash over eindtermen is slechts topje van onderwijsberg (Apache 22/4/21)

Door Koen Daniëls op 22 april 2021

Clash over eindtermen is slechts topje van onderwijsberg

Apache,Do. 22 Apr. 2021, Online

 De twee grootste onderwijskoepels van Vlaanderen staan lijnrecht tegenover elkaar in hun visie op de nieuwe eindtermen voor het secundair onderwijs.

Katholiek Onderwijs Vlaanderen zal de nieuwe eindtermen aanvechten bij het Grondwettelijk Hof, het Gemeenschapsonderwijs zal ze actief verdedigen. Tegelijk zijn alle onderwijskoepels, politieke partijen en experten het over één ding wel eens: enkel nieuwe eindtermen volstaan niet om de kwaliteit van het Vlaams onderwijs te verhogen.

“Onze onderwijskwaliteit staat onder druk”, zei Vlaams minister van Onderwijs Ben Weyts (N-VA) in het Vlaams Parlement bij het begin van de bespreking van de nieuwe eindtermen op 10 februari. “Leg de lat hoger, en leg de lat actueler.” Een dag later kondigde Lieven Boeve, directeur-generaal van Katholiek Onderwijs Vlaanderen, aan dat de koepel naar het Grondwettelijk Hof zou stappen, om die nieuwe eindtermen aan te vechten. Een kleine twee maand nadien maakte ook Raymonda Verdyck, afgevaardigd bestuurder van het Gemeenschapsonderwijs

(GO!), bekend dat ze richting het Hof trekt, maar dan om de eindtermen actief te verdedigen.

De onderwijssector is het grotendeels eens over het feit dat de eindtermen actueler moeten. De oude eindtermen, de eerste die de Vlaamse overheid invoerde, dateren van midden jaren 90 en zijn dus aan een modernisering toe. Bovendien kaderen de nieuwe eindtermen binnen de modernisering van het secundair onderwijs, dat wordt opgedeeld in domeinen, finaliteiten en onderwijsvormen (ASO, BSO, TSO en KSO). De nieuwe eindtermen geven ook inhoudelijke invulling aan nieuwe en gewijzigde studierichtingen binnen die opdeling.

Pedagoog Orhan Agirdag (KU Leuven): ‘Wanneer de overheid te veel de touwtjes in handen neemt, en dus minder vrijheid laat aan onderwijsverstrekkers, daalt de kwaliteit van het onderwijs’

Dat de lat ook hoger moet worden gelegd, is voer voor discussie. “Eindtermen zijn niet de lat,” zegt Boeve, “eindtermen zijn de onderlat.” Voor Boeve zijn de eindtermen te uitgebreid en te gedetailleerd, waardoor leerlingen geen tijd meer zullen hebben om onderwerpen grondig en diepgaand te bestuderen. Leerlingen gaan van elk thema iets weten, maar van niets alles. De kwaliteit zal juist dalen in plaats van stijgen.

Daarenboven is er volgens hem niet voldoende tijd en ruimte voor scholen om een eigen pedagogisch project op te zetten. Onderwijsverstrekkers worden zo beknot in hun vrijheid, klinkt het, en dat heeft ook een negatieve impact op de kwaliteit van het onderwijs.

Pedagoog en hoofddocent Orhan Agirdag (KU Leuven) volgt de katholieke koepel in die argumenten. “Dit zijn ASO-eindtermen. Er is te hard gefocust op algemene vorming, waardoor TSO- en BSO-leerlingen het veel moeilijker krijgen. Zij dreigen uit de boot te vallen. Er was ook geen overkoepelende werkgroep die het geheel aan eindtermen overzag, waardoor het volledige pakket veel te uitgebreid is geworden. Uit wetenschappelijk onderzoek blijkt dat wanneer de overheid te veel de touwtjes in handen neemt, en dus minder vrijheid laat aan onderwijsverstrekkers, de kwaliteit van het onderwijs daalt.” Andere wetenschappers spreken tegen dat het ene causaal verbonden is met het andere.

Lieven Boeve (directeur-generaal Katholiek Onderwijs Vlaanderen): ‘De eindtermen laten onvoldoende ruimte voor scholen om een eigen pedagogisch project op te zetten’ (Foto © Thierry Roge (Belga)) Eindtermen vs. leerplannen

“De nieuwe eindtermen zijn inderdaad ambitieus”, zegt Vlaams Parlementslid Koen Daniëls (N-VA). “Dat was de vraag van de maatschappij, arbeidsmarkt en het hoger onderwijs. Ik heb begrip voor de bezorgdheden van technische en beroepsscholen. Maar ook daar moeten we ambitieus durven zijn en naar boven durven kijken. De nieuwe eindtermen leggen de lat hoger, en maken de minimumdoelen concreter. Onder meer zo wordt de kwaliteit opgekrikt. Er zijn doorheen het hele proces aanpassingen gebeurd, zodat ook de technische en beroepsscholen zich in het nieuwe pakket kunnen vinden. Er is een praktijkcommissie opgericht die daar specifiek op toeziet.”

Koen Daniëls (N-VA): ‘Door de nieuwe eindtermen, die letterlijk in de leerplannen moeten komen, is het voor leerkrachten duidelijk wat het minimum is. Al de rest behoort tot hun vrijheid, tenzij leerplannen die vrijheid dichtschrijven’

“Bovendien zijn het juist de koepels die de vrijheid van scholen en leerkrachten beknotten door overvolle leerplannen te maken”, gaat Daniëls verder. “En het is op het niveau van scholen en leerkrachten dat er meer vrijheid zou moeten zijn, niet op het niveau van de koepels. Door de nieuwe eindtermen, die letterlijk in de leerplannen moeten komen, is het voor leerkrachten duidelijk wat het minimum is. Al de rest behoort tot hun vrijheid, tenzij leerplannen die vrijheid dichtschrijven.”

Dat niemand de volledige set eindtermen overzag, spreekt Daniëls ook tegen. “Een validatiecommissie waakte over de onderlinge coherentie en drie vertegenwoordigers, een van het GO!, een het katholiek onderwijs en een van de Onderwijsvereniging Steden en Gemeenten volgden alle ontwikkelingscomissies op. Zij konden tijdens elke commissie hun zeg doen.”

Volgens Boeve hebben de vertegenwoordigers hun werk nooit helemaal mogen doen. “Ze mochten op de vergaderingen niet spreken over wat er in de andere ontwikkelingscommissies gebeurde. Bovendien zijn drie vertegenwoordigers niet hetzelfde als een overkoepelende commissie, die een volledige helikoptervisie heeft en afspraken kan maken voor het geheel.”

Vlaams Parlementslid Koen Daniels (N-VA): ‘Het zijn de koepels die de vrijheid van scholen en leerkrachten beknotten door overvolle leerplannen te maken’ (Foto: © Nicolas Maeterlinck (Belga))

Minister Weyts kan zich beroepen op het feit dat geen enkele politieke partij tegen de nieuwe eindtermen heeft gestemd in het Vlaams Parlement. Agirdag wijt dat aan een gebrek aan dossierkennis bij de parlementairen, eerder dan aan het feit dat ze de eindtermen zouden steunen.

“De oppositiepartijen hebben zich onthouden. Vooral de progressieve partijen hebben een nederlaag geleden in dit dossier. Zij zouden als geen ander de commentaren van bijvoorbeeld de TSO- en BSO-scholen ter harte moeten nemen. Het is slecht parlementair werk.”

“Onze onthoudingen betekenen niet dat we geen enkele kritiek hebben”, klinkt het bij oppositiepartijen PVDA en Groen. “Er is lang en degelijk gewerkt door experten en leraren in de ontwikkelingscommissies”, zeggen Elisabeth Meuleman (Groen) en Kim De Witte (PVDA). “Er is ook echt nood aan vernieuwing. Daarom wilden we niet tegenstemmen. Maar we zijn ook niet blind voor de opmerkingen die er gemaakt zijn.” Juridische stappen

De argumenten van Boeve zijn niet nieuw. In de meer dan twee jaar waarin de eindtermen voor de tweede en derde graad ontwikkeld werden, heeft hij verschillende malen gewaarschuwd voor de te grote omvang en het te sturende karakter ervan. In februari van dit jaar heeft de katholieke koepel, samen met meer dan honderd schoolbesturen, officieel aangekondigd richting het Hof te trekken, na in oktober 2020 een eerste maal een formele brief naar minister Weyts te hebben verstuurd.

Lieven Boeve (Katholiek Onderwijs Vlaanderen): ‘Met wat we nu weten, zouden we ook voor de eindtermen van de eerste graad naar het Hof zijn gegaan’

Voor de eindtermen van de eerste graad, die in voege zijn gegaan op 1 september 2019, gaf de katholieke koepel wel zijn akkoord. “Het sturende karakter is bij de discussie rond de eindtermen van de tweede en derde graad veel duidelijker geworden. Zo goed

als alle ruimte voor bijkomende eigen doelen en een eigen aanpak is verdwenen”, zegt Boeve. “Ook de eindtermen voor de eerste graad waren erg uitgebreid, maar op politiek niveau werd ons beloofd dat scholen via de leerplannen wel nog ruimte behouden. Maar met wat we nu weten, zouden we ook voor de eindtermen van de eerste graad naar het Hof zijn gegaan.”

Begin mei vorig jaar was er nog een principieel akkoord gesloten onder alle onderwijsverstrekkers, toen ook de Vlaamse Regering de set eindtermen voor het eerst principieel goedkeurde. Het voedt de kritiek dat de katholieke koepel zijn stap laat heeft gezet.

“Dat ging over een gezamenlijk engagement van de onderwijsverstrekkers in opdracht van de minister om, binnen het kader van wat op dat moment op tafel lag, versoberingen aan te brengen. Daarover hebben we toen achter en voor de schermen gesteld dat deze wijzigingen niet volstonden”, klinkt het bij de katholieke koepel. “Bovendien heeft de overheid nadien nog eindtermen toegevoegd, terwijl alle onderwijsverstrekkers het advies steunden van de Vlaamse Onderwijsraad dat de vorige set eindtermen de onderwijsvrijheid reeds in het gedrang bracht.” (Gebrek aan) politieke bemiddeling

Volgens onderwijsjurist Johan Lievens (KU Leuven/VU Amsterdam) was het misschien niet tot een juridische procedure gekomen als het kabinet-Weyts beter had bemiddeld tussen de koepels. “Het kabinet heeft een sleutelrol gespeeld in dit dossier. Het had de visies moeten verzoenen. Ook nu zou het kabinet het voortouw moeten nemen om een overgangsregeling uit te werken met het oog op 1 september, maar dat doet het niet, of toch te weinig.”

Daniëls: ‘Het kabinet-Weyts heeft verschillende keren bijgestuurd om de eindtermen haalbaarder te maken en om meer ruimte te voorzien voor pedagogische vrijheid’

Daniëls weerlegt die kritiek: “Het kabinet heeft verschillende keren bijgestuurd om de eindtermen haalbaarder te maken en om meer ruimte te voorzien voor pedagogische vrijheid. De eindtermen die Lieven Boeve in mei goedgekeurd heeft, en die Katholiek Onderwijs Vlaanderen zelf mee geschreven heeft, zijn dus nog bijgestuurd. Wat de katholieke koepel vertelt over het engagement dat genomen werd in mei om versoberingen aan te brengen, is onjuist.” Politiek instrument

Terwijl Lieven Boeve zegt dat de kwaliteit zal dalen door de nieuwe set eindtermen, zal die volgens Raymonda Verdyck van het Gemeenschapsonderwijs net stijgen, omdat de lat hoger ligt. Voor sommige leerlingen zullen ambitieuze algemene eindtermen goed zijn, voor anderen niet. Het toont hoe complex het thema is, en hoe het verhogen van de onderwijskwaliteit niet met één maatregel op te lossen is.

Onderwijsexpert Jan Van Damme (KU Leuven): ‘De eindtermen aanpassen is niet voldoende om de kwaliteit van het onderwijs te verhogen’

Dat bevestigt onderwijsexpert em. prof. Jan Van Damme (KU Leuven): “De eindtermen aanpassen is ongeveer het enige instrument dat Weyts in handen heeft, maar om de kwaliteit van het onderwijs te verhogen, is dat niet voldoende. Er wordt wel gesproken over basisgeletterdheid en uitbreidingsdoelen, maar beter zou zijn dat er kerndoelen en referentieniveaus komen, zoals in Nederland. Zo kunnen scholen beter zicht krijgen op de leerwinst of de vooruitgang die elke leerling boekt.”

Ook met de mening dat er genoeg tijd en ruimte overblijft voor eigen pedagogische projecten, staat het GO! lijnrecht tegenover de katholieke koepel. Tijdens hoorzittingen in het Vlaams Parlement was al duidelijk dat het Gemeenschapsonderwijs eerder de lijn van de overheid volgt. De stap om de eindtermen te verdedigen in het Hof, kwam voor het brede publiek echter als een verrassing.

Het Gemeenschapsonderwijs zelf onderschrijft continuïteit als een belangrijke reden. “Leerkrachten bereiden momenteel het volgende schooljaar voor”, zegt Verdyck. “Er komt enorm veel op hen af: de modernisering, de nieuwe leerplannen… En dat allemaal in een jaar vol onzekerheden door de coronapandemie. Wij pleiten voor eenduidigheid en zekerheid, en we willen dat onze argumenten ook voor het Hof gehoord worden.”

“Dat het GO! actief tegen ons ingaat, is ongezien”, zegt Boeve. “Wij beroepen ons op onze grondwettelijke vrijheid. Bovendien zou het GO! helemaal niet naar het Grondwettelijk Hof moeten stappen als het onrust in eigen rangen wil voorkomen. Als ze overtuigd zijn dat de nieuwe eindtermen voor degelijke kwaliteit zorgen, kunnen ze die perfect zelf omzetten in hun leerplannen. Dat staat hen volledig vrij. Maar laat ons in onze vrijheid om eigen leerplannen te maken, met voldoende ruimte om via een eigen pedagogisch project kwaliteit te realiseren.”

Raymonda Verdyck (afgevaardigd bestuurder GO!): ‘Leerkrachten bereiden momenteel het volgende schooljaar voor in een jaar vol onzekerheden door de coronapandemie. Wij pleiten voor eenduidigheid en zekerheid’ (© Thierry Roge (Belga))

De strijd die vandaag rond de nieuwe eindtermen woedt, kadert in een bredere discussie in het onderwijs over machtsverhoudingen en autonomie. Die wordt al verschillende decennia gevoerd, en wordt nu weer brandend actueel. De vraag gaat over hoe ver een overheid zich mag inlaten in het vrij onderwijs. “Het katholiek onderwijs heeft zich altijd al verzet tegen te veel overheidsinmenging”, zegt Verdyck (GO!). “Dat doet het nu weer, hoewel daar volgens ons geen reden toe is.”

Van Damme: ‘De eindtermendiscussie is eerder een strijd tussen overheid en de katholieke koepel dan tussen de koepels onderling’

“Vrijheid en autonomie lijken voor het katholiek onderwijs soms zwaarder door te wegen dan kwaliteit zelf”, zegt Van Damme (KU Leuven). “De katholieke koepel wil koste wat het kost zijn vrijheid ten opzichte van de overheid bewaken. Onderwijskwaliteit is daarbij een neveneffect van vrijheid. Dat maakt de eindtermendiscussie eerder een strijd tussen overheid en de katholieke koepel dan tussen de koepels onderling. Dat het gemeenschapsonderwijs zich wel schikt naar de nieuwe eindtermen, is logisch: zij hebben geen andere belangen dan de onderwijskwaliteit.”

Het behouden van autonomie is de reden waarom ook de Federatie van Steinerscholen naar het Grondwettelijk Hof stapt. Dat doet ze niet voor het eerst: ook in 1996, bij de invoering van de eerste eindtermen, startten ze een juridische procedure over de eindtermen voor het basisonderwijs. Het Grondwettelijk Hof gaf hun toen gelijk.

“Het Hof bekrachtigde dat de eindtermen ons te weinig vrijheid gaven”, legt Werner Govaerts, coördinerend directeur van de secundaire steinerscholen, uit. “Toen hebben we een afwijkingsmogelijkheid verkregen, waardoor we eigen gelijkwaardige eindtermen hebben kunnen maken. Die beogen qua totaalplaatje hetzelfde als de eindtermen in het regulier onderwijs, maar leggen eigen accenten. We achten de kans groot dat we het dit keer opnieuw bij het rechte eind hebben.”

Heeft de pittige discussie te maken met het feit dat er voor het eerst een N-VA-minister op de onderwijspost te vinden is? En dat die minder voeling heeft met de katholieke koepel? “Wij hebben geen structureel probleem met de katholieke koepel”, klinkt het op het kabinet-Weyts. Ook Boeve en Verdyck spreken dat tegen. In andere onderwijsdossiers, het overleg rond de coronapandemie bijvoorbeeld, wordt wel nog constructief en structureel samengewerkt tussen de verschillende koepels en het kabinet.

Werner Govaerts (Federatie van Steinerscholen): ‘Het onderwijs wordt steeds meer bekeken vanuit de vraag wat het moet opleveren voor de maatschappij’

“Het lijkt mij aan de andere kant wel duidelijk dat N-VA de katholieke koepel niet meer steunt, al komen veel N-VA’ers zelf uit het katholiek onderwijs”, zegt Van Damme. “Ook de houding van Bart De Wever, met bijvoorbeeld zijn uitspraken over de pretpedagogie, heeft geen goed gedaan aan de relatie met de katholieke koepel.”

De hele discussie past binnen een dynamiek die al veel langer speelt binnen het onderwijs, zegt Govaerts van de steinerscholen. “Het onderwijs wordt steeds meer bekeken vanuit de vraag wat het moet opleveren voor de maatschappij. Onderwijs op zich, als belangrijkste factor voor persoonsvorming en burgerschapszin, wordt minder belangrijk. Dat is een evolutie die zich de laatste twintig jaar voordoet, dat heeft volgens mij niet zozeer te maken met het huidige N-VA-kabinet.”

Koen Daniëls vindt het normaal dat er vanuit de overheid een controlerende factor via de eindtermen is ingebouwd in het systeem. “Het onderwijs wordt terecht rijkelijk gesubsidieerd. Maar we willen toch weten wat er met dat overheidsgeld gebeurt en of het zijn maatschappelijke doelen bereikt? Ik stel vast dat de katholieke koepel zijn vrijheid niet gebruikt heeft om de dalende kwaliteit te doen keren. Dan moet de overheid namens de belastingbetaler de minima duidelijk stellen.”

Tot een schoolstrijd zoals in de vorige eeuw zal het niet komen. “De term ‘schoolstrijd’ is in dit dossier overdreven”, zegt Van Damme. “De historische schoolstrijd weekte emoties los bij de volledige maatschappij, dit is toch eerder een strijd die zich in de hogere echelons afspeelt. De leerkrachten zelf zijn deze dagen volgens mij vooral met de coronapandemie bezig.”

De juridische procedure

voor het Grondwettelijk Hof kan pas van start gaan als de beslissing van het parlement in het Staatsblad gepubliceerd is in zowel het Nederlands als het Frans. De vertaling naar het Frans – van een tekst van zo’n 600 pagina’s – laat op zich wachten. De timing van 1 september lijkt alvast moeilijk te halen – de vertaling van de eindtermen van de eerste graad heeft ook vier en een halve maand geduurd.

“De kans is groot dat het Grondwettelijk Hof de katholieke koepel en de steinerscholen zal volgen”, voorspelt onderwijsjurist Lievens (KU Leuven). “Het oordeel van de Raad van State van november vorig jaar, dat ernstige twijfels had bij de haalbaarheid van het pakket eindtermen, en de arresten uit de jaren 90 zijn erg belangrijk. Die spelen in het voordeel van Katholiek Onderwijs Vlaanderen en de Federatie van Steinerscholen.”

Over één ding zijn alle onderwijskoepels, politieke partijen en experten het eens: enkel nieuwe eindtermen volstaan niet om de kwaliteit van het onderwijs te verhogen

Boeve plant een overgangsregeling in zijn scholen. De nieuwe leerplannen van het katholiek onderwijs voor volgend schooljaar zijn klaar. “We hebben er een disclaimer aan toegevoegd. Als het Hof beslist dat de nieuwe eindtermen opgeschort worden, Leerkrachten kunnen zien welke leerstof niet meer verplicht is als het Hof de nieuwe eindtermen opschort.”

Voor de leraren op de steinerscholen zal volgens Govaerts op 1 september niets veranderen. Naast de procedure bij het Grondwettelijk Hof dient de Federatie van Steinerscholen immers ook een dossier in bij de Vlaamse Regering om gelijkwaardige eindtermen te verkrijgen, om de eindtermen in de steinerscholen pas een schooljaar later in te voeren.

Het debat over de eindtermen zorgt voor verdeeldheid, maar over één ding zijn alle koepels, politieke partijen en experten het wel eens: enkel nieuwe eindtermen volstaan niet om de kwaliteit van het Vlaams onderwijs te verhogen.

“Bijkomende kwaliteit gaat deze discussie niet opleveren”, zegt Van Damme. “Er is in Vlaanderen nog steeds geen plaats voor een ruimere opvatting van ‘algemeen onderwijs’. Dat omvat ook een technische, een kunstzinnige en een praktijkgerichte component. Daarnaast hebben we een opwaardering van het lerarenberoep nodig, betere bijscholing en nog zo veel meer. In feite is deze discussie over de eindtermen een achterhoedegevecht.”

 

Hoe waardevol vond je dit artikel?

Geef hier je persoonlijke score in
De gemiddelde score is